Koppelteken |
Het koppelteken wordt gebruikt om woorden, letters of getallen te koppelen aan een ander woord (dit noemen we samenstellingen). In de volgende gevallen plaats je een koppelteken: |
| - in samenstellingen met letters, afkortingen en cijfers, bijvoorbeeld: |
| g-snaar tbc-patiënt 83-jarige |
| - in samenstellingen die een titel of een rang aanduiden, waarbij je het eerste woord ook zelfstandig als persoonsnaam kunt gebruiken, bijvoorbeeld: |
| luitenant-kolonel secretaris-generaal |
| - in aardrijkskundige namen met een nadere bepaling, bijvoorbeeld: |
| Amsterdam-Oost Nieuw-Zeeland |
| - in samenstellingen die zonder koppelteken verkeerd gelezen kunnen worden (klinkerbotsing), bijvoorbeeld: |
| radio-omroep stage-uren gala-avond co-ouder |
| - in woorden waarin aspirant, assistent, bijna, chef, collega, ex, interim, kandidaat, leerling, meester, niet, non, oud als voorvoegsel gebruikt zijn, bijvoorbeeld: |
| ex-minister kandidaat-notaris oud-burgemeester |
| - tussen gelijkwaardige elementen die naast elkaar worden geplaatst in een samenstelling, bijvoorbeeld: |
| hotel-restaurant zwart-wit dichter-schrijven |
| - in samenstellingen voor een woorddeel met een hoofdletter, bijvoorbeeld: |
| on-Hollands trans-Atlantisch |
| - tussen meer dan twee woorden die samen een woord vormen (samenkoppeling), bijvoorbeeld |
| een staakt-het-vuren een kant-en-klare-maaltijd |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





