nederlands turks duits russisch spaans engels

Bijvoeglijk naamwoord


Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
•   het dure horloge(het horloge is duur)
•   de lange straat(de straat is lang)
 
Er kunnen meer bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar staan.
•   de lange, lege straat
 
Een bijvoeglijk naamwoord staat vaak voor het zelfstandig naamwoord, maar kan er ook achter staan.
•   De straat is lang.
 
Je schrijft een e achter het bijvoeglijk naamwoord als het voor een zelfstandig naamwoord staat en als het lidwoord de of het ervoor staat.
•   het zwarte paard
•   de warme kruik
 
Bij een zelfstandig naamwoord waar je het voor zet, schrijf je het bijvoeglijk naamwoord zonder e als je het lidwoord een gebruikt.
•   het paard- een zwart paard
•   het huis- een klein huis
 
Als het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord staat, zet je er geen e achter.
•   De man is rijk.
•   De kruik is warm.
 


Wil je het bijvoeglijk naamwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.