Tegenwoordige en verleden tijd |
De persoonsvorm staat in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd. |
| tegenwoordige tijd |
| Jan gaat vandaag naar Parijs. Ik werk op vrijdag altijd tot 13.00 uur. |
| verleden tijd |
| Jan ging vandaag naar Parijs. Ik werkte op vrijdag altijd tot 13.00 uur. |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





