nederlands turks duits russisch spaans engels

Naamwoordelijk gezegde


Het naamwoordelijk gezegde is de persoonsvorm + een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord.
•   Mijn moeder is boos.
•   Mijn buurman is advocaat.
Koppelwerkwoorden zijn: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.


Wil je je het naamwoordelijk gezegde online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.