Naamwoordelijk gezegde |
Het naamwoordelijk gezegde is de persoonsvorm + een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord. |
|
Mijn moeder is boos. Mijn buurman is advocaat. |
| Koppelwerkwoorden zijn: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





