nederlands turks duits russisch spaans engels

Lijdend voorwerp


Wanneer je de persoonsvorm, het onderwerp en het gezegde gevonden hebt, kun je kijken of er een lijdend voorwerp in de zin staat. Het lijdend voorwerp vind je alleen in zinnen met een werkwoordelijk gezegde.

Je vindt het lijdend voorwerp door wie of wat voor de persoonsvorm, het onderwerp en de rest van het werkwoordelijk gezegde te zetten
•   Ze koopt vanmiddag een bos bloemen.

Wat koopt ze? Antwoord: een bos bloemen

•   De docent heeft een hoog cijfer gegeven.

Wat heeft de docent gegeven? Antwoord: een hoog cijfer

•   Ik bel mijn moeder op.

Wie bel ik op? Antwoord: mijn moeder
Het lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel.


Wil je het lijdend voorwerp online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.