Koppelwerkwoord |
Een koppelwerkwoord vormt samen met een bijvoeglijk en/of zelfstandig naamwoord een gezegde. Een koppelwerkwoord kan dus nooit alleen een gezegde vormen. |
De koppelwerkwoorden zijn: |
zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. |
| Jaap is ziek. Het meisje lijkt moe. Mijn vader wordt boos. |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





