nederlands turks duits russisch spaans engels

Koppelwerkwoord


Een koppelwerkwoord vormt samen met een bijvoeglijk en/of zelfstandig naamwoord een gezegde. Een koppelwerkwoord kan dus nooit alleen een gezegde vormen.

De koppelwerkwoorden zijn:

zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.
•   Jaap is ziek.
•   Het meisje lijkt moe.
•   Mijn vader wordt boos.


Wil je het koppelwerkwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.