Hoofdzin en bijzin |
|
Hieronder vind je uitleg over hoofdzin en bijzin. |
|
| Als er in een zin maar één persoonsvorm staat, noemen we dit een enkelvoudige zin. | |
| Mina wandelt met haar zoontje. |
|
| Je kunt deze zin uitbreiden met een andere zin: | |
|
Mina wandelt met haar zoontje dat vrolijk huppelt. |
|
| In dit geval zie je twee zinnen. Iedere zin heeft een persoonsvorm | |
|
Mina wandelt met haar zoontje dat vrolijk huppelt. |
|
| De eerste zin is echter belangrijker dan de tweede zin. De eerste zin, de hoofdzin, kun je niet weglaten. De tweede zin, de bijzin, kun je wel weglaten. | |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | |





